Leven op een betwiste grens
19 mei 2016
0

De Standaard – Strakgespannen prikkeldraad, stalen hekwerk dat mensen van hun land afsnijdt en een vervaarlijke uitdijing van ‘no go’ zones. Dit is de dagelijkse realiteit voor inwoners aan de niet-erkende grens tussen Georgië en zijn afvallige regio’s Zuid-Ossetië en Abchazië. Een niemandsland waar Rusland de spelregels bepaalt.

 “Republiek van Zuid-Ossetië: verboden toegang”, leest het weinig uitnodigende grensbord. Wie zich aan de andere kant van de met scheermesjesdraad afgewerkte omrastering waagt, riskeert detentie en zware boetes. Op amper een uurtje rijden van hoofdstad Tbilisi kom je in de broeihaard van de zogenaamde bevroren conflicten. Bevroren omdat het wapengekletter stopte, maar van een vredesakkoord of verzoening is vooralsnog weinig sprake. Met de Russisch-Georgische oorlog in 2008 mengde een vervlogen vijand, of te lang passief gebleven buur, zich opnieuw in het perpetuele getouwtrek tussen Georgië en de zelfverklaarde staatjes. Het nauwe Russisch bondgenootschap met Abchazië en de de facto annexatie van Zuid-Ossetië betekent vandaag nieuwe grenzen, nieuwe muren. En hier zijn de lokale inwoners de voornaamste slachtoffers van.

Verboden toegang

Het Georgische dorpje Dvani bevindt zich aan de voet van de Kaukasus en ligt pal op de betwiste scheidslijn tussen Georgië en Zuid-Ossetië. De omringende heuvels en graslanden zijn reeds Ossetisch grondgebied en sinds 2008 verboden terrein. Het rond en door het dorp lopende hekwerk werd beveiligd met hoogtechnologische surveillancemechanismen, die oversteken onmogelijk maken. Dvani voelt aan als een ware enclave. Aan de ene kant prikkeldraad en gesloten Russische grensposten, iets verder argwanende Georgische patrouilles die elke voorbijganger controleren. Enkel met een speciale toelating valt het dorpje te bezoeken.

Een monitoringsmissie van de Europese Unie (EUMM), die 24 op 7 het grensgebeuren in de gaten houdt, begeleidt ons met een resem Georgische douaniers doorheen het vereenzaamde dorp. ‘Kijk daar eens’, wijst EUMM-monitor Nikolaos Koumenos richting de bergachtige wildernis aan de andere kant. Door het oog van de verrekijker is een gecamoufleerde uitkijkpost zichtbaar, bemand met een statische gedaante, een Russische grensbewaker die als een havik de vallei over tuurt. ‘Duidelijk een dummy pop’, weet Koumenos. ‘Maar ongetwijfeld houden nu ook echte ogen ons in de gaten.’

4W1A0950Even later op het dorpsplein beschrijven Irma en Zaïra, twee leerkrachten, hoe tijdens de oorlog van 2008 Russische soldaten hun huizen leegplunderden en in brand staken. Ook door Georgië werden destijds verschillende burgerdoelwitten geviseerd, waardoor de VN-vluchtelingenorganisatie op enkele dagen bijna 150,000 vluchtelingen en 40,000 ontheemden registreerde. Irma’s voormalige woning, vandaag een spookachtige ruïne, staat pal op de verschoven demarcatie. Ze bouwde een nieuw huisje iets verder in de straat, maar mag een deel van haar grond niet betreden. De Russische grenspost in haar achtertuin eist namelijk een veiligheidsperimeter van vijftig meter.

Tussen verlaten panden en een enkele kruidenier ontvangt dorpshoofd Nodar ons in het administratief centrum. De inrichting, het behang en de oude landkaart aan de muur, zijn kantoortje brengt je stante pede terug naar de Sovjettijden van weleer. Hij getuigt: ‘Etnische Georgiërs en Osseten leefden altijd uitstekend samen in de regio. Er is geen onderlinge haat. Het is louter een politiek conflict.’ Heel wat inwoners uit Dvani, waaronder ook Nodar, kunnen geen contact meer onderhouden met familie en vrienden aan de andere kant, maar ook aan handelsrelaties kwam abrupt een einde. Landbouwers uit Dvani verkochten hun goederen steevast op een grote regionale markt in Zuid-Ossetië, een slordige tien kilometer over de grens. Georgië was eveneens een belangrijke afnemer van Zuid-Ossetisch fruit, befaamd om haar uitmuntende kwaliteit.

De “sluipende” grens

De doorwinterde ex-militair Giorgi begroet ons in een door scheermesjesdraad doodlopende straat. Van de ene dag op de andere had hij geen toegang meer tot zijn twee hectare landbouwgrond, waardoor hij drie kwart van zijn inkomen als landbouwer verloor. Hij is allesbehalve een uitzondering in het dorp. Humanitaire gevolgen van de nieuwe scheidingslijn komen ter discussie tijdens driemaandelijkse internationale verzoeningsgesprekken in Geneve, tussen Georgië – met Abchazische en Ossetische participanten – en een Russische delegatie, opgestart na de oorlog van 2008. Het is het enige moment waarop de partijen elkaar treffen, andere diplomatieke relaties zijn onbestaand. Internationale mediators als de Verenigde Naties en de Europese Unie proberen tijdens deze gesprekken een vredesakkoord te forceren, maar na meer dan dertig rondes blijft vooral onenigheid zegevieren.

De “bevroren conflicten” impliceren daarom eerder het behouden van wapenstilstand dan het bereiken van een vredesakkoord, want ‘zolang Rusland zijn troepen niet terugtrekt van ons grondgebied is een vredesakkoord uitgesloten’, beklemtoont de Georgische “Minister van Verzoening” Paata Zakareishvili. ‘De Russische bescherming is onze enige garantie dat Georgië niet opnieuw zal aanvallen’, luidt het tegenantwoord van de separatisten. Abchazische en Zuid-Ossetische participanten stormden al meermaals furieus de Geneefse conferentieruimte uit, omdat Georgië hen weigerde te erkennen als afzonderlijke delegaties tijdens de onderhandelingen. Tbilisi voorziet namelijk eigen afgevaardigden voor Zuid-Ossetië en Abchazië, leden van de louter symbolisch aangewezen “overheden in ballingschap”. Zelfs over wie precies met wie moet verzoenen, komen de partijen niet overeen.

Naar de vorderingen die ze op het hoogste politieke niveau maken kunnen de grensbewoners enkel gissen. ‘Mijn klacht is jaren geleden ingediend voor de Genevegesprekken, op een antwoord wacht ik al lang niet meer’, zegt Giorgi, verre van onder de indruk van de hekken rond zijn dorp. Hij laat zijn zwaar getatoeëerde armen en handen zien, een aandenken aan toen hij het Sovjetleger diende in Mongolië. ‘Op een dag zal ik bij de eerste zijn om de muren te slopen.’

4W1A1139De EUMM rapporteert als onafhankelijk orgaan elke verontrustende verandering op en rond de grens. Bewoners kunnen naar een gratis noodlijn bellen indien er zich problemen voordoen, en die zijn er niet zelden: zo verliezen landbouwers voortdurend hun vee, wanneer deze argeloos de verbodsbordjes voorbij grazen. Afgelopen zomer stalen Russische soldaten dan weer een Georgische vlag en kwamen twee Ossetische grenspaaltjes plots enkele honderden meters dieper op Georgisch grondgebied te staan. ‘Niets nieuw’, schudt Koumenos het hoofd. ‘Sinds 2008 breidt de grens systematisch uit omdat Moskou zich baseert op vroegere Sovjetkaarten waarop Zuid-Ossetië een stuk groter was.’ Toeval of niet, de grens kruipt zo steeds verder richting een belangrijke Georgische handelsroute. De internationale oliepijpleiding die Azerbeidzjan met Europa verbindt ligt sinds kort ook onder de facto Russisch grondgebied. ‘Zuivere provocatie’, oordelen ze in Tbilisi. De “sluipende grens”, noemen Georgiërs het.

Naar de Russische intenties in de zuidelijke Kaukasus blijft het, zoals wel vaker bij de buitenlandpolitiek van het Kremlin, voorlopig gissen. Volgens Brits Kaukasusexpert Thomas De Waal halen de Russen met hun inmenging in Zuid-Ossetië en Abchazië zeker twee slagen in huis: ‘In de eerste plaats versterken ze hun politieke en economische invloedsfeer in de zuidelijke Kaukasus, daarnaast worden westerse aspiraties in grensgebieden, waaronder de zo gevreesde toetreding van Georgië tot de NAVO, handig de kop ingedrukt.’

Niemandsland

Ook op de grens tussen Abchazië en Georgië, een paar honderd kilometer westwaarts, bestaat onenigheid over waar de scheidingslijn precies loopt. De achtenvijftigjarige Vitali leeft zo in een niemandsland, tussen de verschillende interpretaties van de afpaling. Hij bezit zowel een Georgisch als Abchazisch persoonsbewijs, maar volgens de Abchazische overheid mag hij Georgië niet binnen. Daarom verstopt hij zijn Georgisch paspoort in huis. ‘Iedereen die hier vroeger woonde is vertrokken. Mijn straat is leeg.’

De hoogbejaarde Ketevan woont al meer dan twintig jaar samen met haar dochter Tatousja in een van de vele collectieve behuizingen voor ontheemden, op enkele kilometers van het terra nullius van Vitali. In 1993 moest ze met haar Georgische familie vluchten voor de oorlog in Abchazië, om waarschijnlijk nooit meer terug te keren. Ketevan is een van de ruim 260,000 ontheemden, zo’n 6% van de Georgische populatie, die na een geschiedenis van interne conflicten nog altijd niet kunnen terugkeren naar hun thuis.

De Abchazisch-Georgische scheidingslijn, die in het zuiden de Ingur(i)rivier volgt, is in wezen heel verschillend van de Zuid-Ossetische. Op vijf de facto legale grensposten wordt oversteken en handel tussen beide landen gedoogd. Uit onderzoek van de ngo International Alert blijkt dat de Abchazische markt tot 40% afhankelijk is van Georgische landbouwproducten. Groenten, noten en fruit worden dan ook voortdurend de rivier overgebracht. Toch zijn er heel wat regeltjes om rekening mee te houden: zo mogen Georgische handelaars Abchazië wel binnen, maar niet hun voertuigen. Alle goederen overladen is een mogelijkheid, maar het kan ook creatiever: aan de grensbrug schroeft een chauffeur de Georgische nummerplaat van zijn tot de nok volgeladen vrachtwagen af, om even later voorbij te tuffen met eentje met een Abchazische vlag.

4W1A1247Heel wat etnische Georgiërs leven in de zuidoostelijke Gal(i) provincie van Abchazië, maar krijgen hier met hun Georgisch paspoort geen volwaardig burgerschap, geen stemrecht en slechts beperkte toegang tot gezondheidszorg, onderwijs of sociale zekerheid. Zo’n 25,000 Georgiërs uit Gal(i) rekenen hiervoor op de Georgische overheid, maar die heeft geen toegang tot Abchazië. De twintigjarige Oxena, uit het Abchazische dorpje Muguri, is hoogzwanger en steekt daarom samen met haar zus Maria de rivier over op weg naar het ziekenhuis in Zugdidi, de grootste Georgische grensstad. De bejaarde Natela wacht ondertussen aan een mobiel afhaalpunt naast de grenspost om haar Georgisch pensioentje van 160 Larri, ongeveer 60 euro, op te halen. Elke maand steekt de voormalige typiste voor de Sovjetadministratie samen met vele anderen hiervoor de grens over. Met een Abchazisch paspoort zou haar pensioen amper 500 roebel zijn, na het instorten van de Russische munt nog geen 8 euro per maand.

Niet iedereen uit het grensgebied krijgt echter de toestemming van de Abchazische autoriteiten om Georgië te betreden. Heel wat etnische Georgiërs uit de regio zijn daarom genoodzaakt de grens illegaal over te steken. Zo ook Merabi en Max, beide zestien jaar oud, uit het nabij gelegen Abchazische dorpje Otobaia. Als Partsadansers, een traditionele kleurrijke 4W1A1542Georgische dans, kunnen ze niet oefenen in Abchazië en optreden is er al helemaal uit den boze. Een toestemming om de grens over te steken werd hen geweigerd waardoor ze, bepakt met hun danskleren, wekelijks door de bosjes de grensrivier over ploeteren. Door verstrengde grensbeveiliging wordt dit echter met de jaren moeilijker. Boetes lopen op tot 500 Larri – een fortuin. Voor recidivisten bestaan gevangenisstraffen van één jaar.

Thomasi komt net van de markt in Georgië, waar hij zaakjes afrondde voor de verkoop van hazelnoten, het belangrijkste exportproduct uit de regio. In het struikgewas aan de oevers van de rivier maakt de afgeleefde vijftiger zich klaar voor de oversteek. Doorheen het weiland kronkelen clandestiene wandelpaden. Met opgerolde broekspijpen draagt hij zijn doortrapte sneakers in de hand. ‘Als ze aan de grens natte schoenen zien krijg ik lastige vragen’, knipoogt hij. Thomasi steekt een nieuwe sigaret op en houdt nog even snel een praatje met een van de veldmonitors van de EUMM. ‘Die verdomde grens toch’, klaagt hij. ‘Moet je me hier nu eens zien klungelen. Hebben jullie nog nieuws van een vredesakkoord?’

‘Geen doorbraak’, klinkt het antwoord. ‘Alleen de tijd zal het uitwijzen.’

(Foto’s van ©Layla Aerts)

4W1A1382

Geschiedenis:

Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 streeft Abchazië naar zuivere onafhankelijkheid, Zuid-Ossetië naar vereniging met de autonome oblast Noord-Ossetië en dus integratie in de Russische Federatie. Na een eerder conflict met Zuid-Ossetië vielen de Georgiërs in 1992 Abchazië binnen en vochten ze een bloedige burgeroorlog uit. In de zomer van 2008 laaiden de interne spanningen opnieuw op: Georgische artillerie nam de Zuid-Ossetische hoofdstad Tsinval(i) onder vuur, maar Rusland kwam de zelfverklaarde republiekjes te hulp en dreef met een ontzagwekkende militaire tussenkomst de Georgische troepen terug richting Tbilisi. Na deze Vijfdaagse Oorlog, die de geschiedenisboeken inging als de eerste Europese oorlog van de 21ste eeuw, erkent Russisch president Vladimir Poetin de onafhankelijkheid van Zuid-Ossetië en Abchazië, wat voor de lang geïsoleerde gebieden een garantie betekent op bescherming, groei en stabiliteit. Nieuwe bilaterale relaties kwamen tot stand, inclusief Russische ontwikkelingshulp. In ruil daarvoor boeten zowel Zuid-Ossetië als Abchazië in op hun soevereiniteit. Begin 2015 ondertekende Zuid-Ossetië nog een integratie- en alliantieverdrag, waarmee het zijn defensiebeleid, buitenlandse zaken en grensbeveiliging overhevelde aan Moskou. Door de conflicten van de afgelopen 25 jaar leven vandaag nog steeds meer dan 260,000 mensen als intern ontheemden in Georgië.

 

4W1A1826