Burundese vluchtelingen vrezen herhaling van de geschiedenis
28 augustus 2015
0

Mo* Magazine – Na de moordaanslag op veiligheidschef Adolphe Nshimirimana woekert de Burundese politieke crisis welig verder en neemt de druk op herkozen president Pierre Nkurunziza alsmaar toe. Tien jaar na de burgeroorlog hangt een gewapend conflict opnieuw in de lucht. De angst bij de Burundese bevolking voor het autoritaire regime duwt hen richting overvolle vluchtelingenkampen in buurlanden Rwanda en Tanzania. Bijna 200 duizend mensen verlieten het land. ‘Bij elk nieuw incident worden dat er meer.’

In het dor grensgebied van Oost-Rwanda ontwaren uit het niets duizenden witte tentjes en uit plastic zeilen opgezette koterijen. Door de roodbruine laag stof is nog net het symbool van de VN-vluchtelingenorganisatie (UNHCR) te zien. Hier in het Mahama vluchtelingenkamp, waar op dit ogenblik zo’n 31 duizend Burundezen verblijven, zijn de vluchtelingen aan het zingen geslagen. Een dansende mensenzee slaakt overwinningskreten uit als ze vernemen dat generaal Adolphe Nshimirimana, de officieuze rechterhand van staatshoofd Pierre Nkurunziza, op zondag 2 augustus is omgekomen door een moordaanslag in de hoofdstad Bujumbura.

Burundese vluchtelingen vrezen herhaling van de geschiedenisDe daders zijn vermoedelijk gewapende opposanten van het regime, al valt een tactische afrekening van binnenuit niet uit te sluiten. Zoals zo vaak in Burundi zijn er meerdere versies van het verhaal en hangt een waas van speculatie en twijfel rond het incident. Nshimirimana was het hoofd van de binnenlandse veiligheid en volgens velen het brein achter het toegenomen geweld van de laatste maanden. Daarnaast zou hij met zijn milities verantwoordelijk zijn voor talloze folterpraktijken en onrechtmatige executies tegen tegenstanders van Nkurunziza en zijn partij CNDD-FDD. Human Rights Watch[1] rapporteerde tussen 2010 en 2012 minstens 300 extrajudiciële liquidaties. De Vereniging voor de Bescherming van de Rechten van de Mens (APRODH) telde alleen al in 2014[2] bijna 70 gevallen van foltering door veiligheidsdiensten, politieagenten en militairen.

In het Mahama vluchtelingenkamp is de uitschakeling van le grand chef het gespreksonderwerp van de dag. Het betekent het zoveelste feit in een reeks die steeds meer Burundezen het land uit drijft. Daags na de moord werd ook de bekende mensenrechtenactivist Pierre-Claver Mbonimpa[3] – door Jeune Afrique de “Mandela van Burundi” genoemd – neergeschoten in de straten van Bujumbura. Hij verkeert in levensgevaar en België bood aan hem naar ons land te laten overdragen voor verzorging. De Internationale Crisisgroep (ICG) trok deze week aan de alarmbel en waarschuwt dat met deze gerichte aanslagen meer dan ooit oorlog in de lucht hangt.

Door de uitbarsting van het machtsconflict in het Oost-Afrikaanse ministaatje verwacht UNHCR een toename van de vluchtelingenstroom, al verspert Burundi sinds kort de wegen naar haar buitengrenzen. Ondertussen vertellen vluchtelingen in Mahama allemaal hun eigen verhaal, maar met ten minste één consensus: ‘Wij keren niet terug zolang Nkurunziza aan de macht blijft.’

Kat in het nauw

De Burundese vluchtelingenstroom kwam op gang naar aanleiding van de hevig gecontesteerde presidentsverkiezingen[4] van 21 juli. Zowel de Europese Unie als de Afrikaanse Unie gaven verstek voor verkiezingsobservatie, wegens ongeloofwaardige en weinig transparante omstandigheden.

Zittend president Pierre Nkurunziza werd weinig verrassend herkozen – met net geen 70% van de stemmen – nadat hij in april 2015 aangaf voor een derde ambtstermijn te willen gaan. Dit in strijd met de geest van de grondwet en de vredesakkoorden van Arusha, die slechts twee ambtstermijnen voorschrijven. Na de onwettige kandidaatstelling volgden weken van hevige burgerprotesten in Bujumbura. Naar schatting honderd mensen, zowel demonstranten als leden van de ordediensten, lieten het leven in bijzonder gewelddadige confrontaties.[5] Een verzoeningspoging geïnitieerd door Oost-Afrikaanse regeringsleiders mislukte en Burundi zakte steeds verder in politiek isolement.

“Een verzoeningspoging geïnitieerd door Oost-Afrikaanse regeringsleiders mislukte en Burundi zakte steeds verder in politiek isolement”

De internationale verontwaardiging was groot: zowel België als Nederland schortten bilaterale ontwikkelingshulp op. De al zwakke Burundese economie, die voor de helft van haar budget afhankelijk is van buitenlandse donors, stort stilaan volledig in.

Tijdens een mislukte staatsgreep op 13 mei verloor Nkurunziza bijna zijn greep op de macht. De in het nauw gedreven president maakte handig gebruik van de gefaalde couppoging om “verraders van het land” op te sporen en hardhandig de mond te snoeren. Het betekende ook een omslagpunt voor de vrije pers in Burundi. Politiemachten verwoestten private en onafhankelijke media met brandbommen en de overheid legde sociale mediakanalen als Whatsapp en Twitter aan banden. Amnesty International[6] en VN-experts[7] beschuldigen de Burundese overheid van buitensporig geweld, het inzetten van politie voor politieke doeleneinden en een hele reeks schendingen van de mensenrechten.

De explosieve situatie bracht bijna 200 duizend vluchtelingen op de been. De intellectuele elite, het maatschappelijk middenveld en internationale organisaties kozen het hazenpad. Noorderbuur Rwanda herbergt ondertussen al meer dan 70 duizend Burundese vluchtelingen. Zo’n 50 duizend verblijven in vluchtelingenkampen en nog eens 22 duizend in de hoofdstad Kigali en de zuidelijke provinciestad Huye. In Tanzania vervoegden 85 duizend Burundese vluchtelingen de 60 duizend Congolese bewoners van het noordwestelijke Nyarugusu vluchtelingenkamp. Het kamp barst uit haar voegen en kende een cholera-uitbraak door hygiëneproblemen. De situatie lijkt onder controle nadat Artsen Zonder Grenzen vorige week ruim 130 duizend vluchtelingen vaccineerde.

In vergelijking met de precaire omstandigheden in Nyarugusu zijn de Burundese vluchtelingen beter af in Rwanda, al balanceert ook Mahama vluchtelingenkamp op haar capaciteit. De grootste opvangvoorziening voor vluchtelingen in het land krijgt dagelijks honderden nieuwe registraties en enkele duizenden wachten om over te komen vanuit transitcentra aan de grens met Burundi. De Rwandese overheid stelt extra land beschikbaar om uit te breiden tot minstens 50 duizend man. ‘Dit is broodnodig om hier een humanitaire crisis te voorkomen’, liet Saber Azam, VN-vertegenwoordiger in Rwanda, optekenen.

Van crisis tot permanentie 

Onderweg naar het Mahama vluchtelingenkamp maken de iconische Rwandese heuvels plaats voor een vlakker graslandschap. Het oosten van het land heeft meer weg van de Tanzaniaanse Serengeti dan van de mistige regenwouden in het westen. Op amper twee kilometer van de grensrivier met Tanzania ontvangt Jeff Drumtra van de VN-vluchtelingenorganisatie ons in het kamp. De verantwoordelijke voor externe relaties heeft bijna 25 jaar ervaring in het beredderen van soortgelijke crisissituaties. In Mahama maakt hij deel uit van een internationaal samengesteld noodteam, dat er gedurende drie tot vier maanden een min of meer leefbaar vluchtelingenkamp moet neerpoten.

Drumtra is vergenoegd om buitenlandse journalisten te ontvangen. Het conflict in Syrië en Irak veroorzaakt momenteel de grootste vluchtelingencrisis in de naoorlogse geschiedenis van UNHCR. ‘De mondiale context zorgt ervoor dat de Burundese vluchtelingenstroom onderbelicht blijft, terwijl het wel een enorme impact heeft op de regio en op Rwanda in het bijzonder.’

“De mondiale context zorgt ervoor dat de Burundese vluchtelingenstroom onderbelicht blijft”

Toch zijn 200 duizend vluchtelingen een peulschil met wat de regio vroeger al te verduren kreeg. Drumtra: ‘Tijdens de genocide in de jaren 70, de onrust in de jaren 80 en de burgeroorlog die begon in de jaren 90 produceerde Burundi soms hetzelfde aantal op enkele dagen. Laten we vooral hopen dat de huidige crisis niet naar zoiets escaleert.’

Mahama opende haar deuren op 22 april 2015, kort nadat de eerste Burundese vluchtelingen in Rwanda aankwamen. Transitcentra moesten de eerste golf registreren en gedurende enkele dagen opvangen. ‘Door een overrompeling waren velen genoodzaakt weken of zelfs maanden te wachten in deze transitcentra, zonder geschikte accommodatie’, legt Drumtra uit. Voor deze vluchtelingen is er snel beterschap op komst: midden augustus zou Mahama klaar zijn om zeker tienduizend vluchtelingen uit het Bugesera transitcentrum eindelijk te verwelkomen. Speciaal opgerichte tenten moeten dan groepen van 200 mensen gedurende enkele maanden van collectieve beschutting voorzien.

Vooral waterschaarste is op dit moment de voornaamste bekommernis in het kamp en de reden waarom uitbreiding voordien uitbleef. Terwijl vrouwen en kinderen geduldig hun kruiken vullen aan het reservoir geeft Drumtra ons een idee: ‘Normaal gezien werken we met een ondergrens van 15 liter water per persoon per dag. Hier in Mahama zitten we aan gemiddeld 10 tot 13 liter.’ Midden in het droge seizoen leverden grondboringen vooralsnog weinig op en is het rantsoeneren geblazen terwijl vrachtwagens elke waterdruppel in het kamp importeren. Een oplossing lijkt echter voorhanden eens het papierwerk in orde is om water van de nabijgelegen grensrivier Kagera op te pompen en te zuiveren.

Mahama is de onmiddellijke crisissituatie voorbij, al blijft de werking bijzonder complex. Crisisopvang moet namelijk samengaan met het creëren van permanente woonvormen en voorzieningen voor langere termijn. Drumtra gaat ervan uit dat de meeste vluchtelingen ten minste enkele jaren in het kamp zullen verblijven. De angst om terug te keren is volgens de Amerikaan veel te groot. ‘Ze beseffen dat de stabiliteit in zo’n situatie zelden snel terugkeert en uit het niets kan escaleren. Dit is ook de reden waarom velen besloten te vertrekken. De geschiedenis van hun land leert hen: don’t wait till it’s too late.’ Bovendien verkochten velen hun vee of woning voor minder dan de helft van de marktwaarde. ‘De meesten hebben niets meer om voor terug te gaan.’

Al bij al verliep de opstartfase van het kamp zonder grote problemen. VN-topman Saber Azam spreekt van een succesverhaal en daar heeft  de nauwe samenwerking met Rwandese autoriteiten veel bij geholpen. Drumtra zag in zijn lange carrière zelfs nog nooit zo’n betrokken Afrikaanse overheid: ‘Ze zijn goed georganiseerd, zitten vergaderingen met partners voor en hebben een duidelijke visie over het vluchtelingenbeleid.’

“Zij die ver zien”

De internationale belangstelling in het kamp lokt vele nieuwsgierigen. De Burundezen hebben hele dagen weinig om handen en zijn maar al te blij hun verhaal met ons te kunnen delen. Na enkele gesprekken blijkt al snel waarom ze precies hun land ontvluchtten. Niet zozeer de president in Bujumbura, maar vooral de jeugdafdeling van zijn partij CNDD-FDD boezemt de mensen ontiegelijk veel angst in. De Imbonerakure, letterlijk vertaalt als “zij die ver zien”, fungeert eerder als een gewapende privémilitie van de president dan als een jeugdliga.

‘De Imbonerakure werken samen met ordediensten, schoten met scherp tijdens de manifestaties en sporen opposanten van het regime op’, verduidelijkt Eric Ntiranire, een 24-jarige universiteitsstudent uit Bujumbura. Nadat hij deelnam aan de betogingen kwam zijn naam op een zwarte lijst te staan. Kennissen en vrienden waarschuwden hem waardoor hij op tijd kon onderduiken en vluchten.

Wat later worden we uitgenodigd in een van de snikhete tentjes, waar vijf mensen samenhokken in een ruimte niet groter dan een kleine eenpersoonskamer. Het is de ideale mogelijkheid om de verzamelde menigte in het kamp te ontsnappen en een rustig gesprek te voeren. Nadiye Munyaneza (28) woonde met haar familie in de wijk Musaga in Bujumbura, het epicentrum van de burgerprotesten tegen het derde mandaat van Nkurunziza. Haar broer was actief in oppositiepartij MSD en moest noodgedwongen het land verlaten. Toen leden van de Imbonerakure haar daarna bedreigden besloot ze eind juni met haar moeder en driejarig zoontje weg te trekken. Jeugdmilities zetten de wegen richting de grens af en vluchtelingen die te veel bagage meesleurde vielen onmiddellijk door de mand. ‘Alleen met lege handen konden we onopgemerkt de grens bereiken.’

“Alleen met lege handen konden we onopgemerkt de grens bereiken”

Terugkeren is uitgesloten voor Munyaneza: ‘ze zouden me onmiddellijk gevangen nemen.’

Rapporten van lokale en internationale mensenrechtenorganisaties klagen al jaren de Imbonerakure aan vanwege het bedreigen van de politieke oppositie, geweldpleging, moord en verkrachting.

Alice Mukamana (32) kwam op een zogenaamde ‘dodenlijst’ te staan. Ook foto’s van haar circuleerden. Mukamana nam zelf geen deel aan de betogingen maar voorzag maaltijden aan de manifestanten. Ze legt uit hoe iedereen die niet in het gareel van de overheid loopt wordt gedemoniseerd. ‘We kennen allemaal mensen die werden meegevoerd, folterpraktijken ondergingen of vermist zijn.’ Door wegblokkades lukte het haar niet overdag de grens te bereiken. ‘Ik reisde ’s nachts en wachtte tot de grenscontrole indommelde.’

De Burundese overheid is er als de eerste bij om de politieke crisis te minimaliseren tot “onrust in de hoofdstad”. De president is altijd al een stuk populairder geweest in het binnenland – waar hij niet zelden de populistische toer op ging en met de schop mee ploeterde op het land. Toch komt het overgrote deel van de vluchtelingen in Mahama uit de straatarme plattelandsprovincies Kirundo en Muyinga. Tamari Niraneza (34) vertelt hoe ook in haar gemeente mensen verdwenen en radicale lokale overheden en Imbonerakure opposanten gevangen namen. ‘Mensen die publiekelijk kritiek uiten kunnen de dag erna bedreigingen verwachten. In mijn dorp kent iedereen elkaar en durven mensen zich niet uit te spreken tegen de president.’

Wachten tot het te laat is?  

UNHCR registreert zorgvuldig alle vluchtelingen die bescherming zoeken in Mahama. Iedereen beschrijft uitgebreid waarom hij of zij precies het land ontvluchtte. Velen werden direct of indirect bedreigd, maar de meesten ontvluchten algemene onveiligheid. Uit de registratiegegevens blijkt overigens dat de etnische tweespalt – Burundi kende een bloederige geschiedenis van etnische conflicten tussen Tutsi’s en Hutu’s – amper een rol speelt in deze crisis.

“De etnische tweespalt speelt in de Burundese crisis een verwaarloosbare rol. Mensen voelen zich bedreigd omwille van hun politieke voorkeur”

‘Mensen voelen zich vooral bedreigd omwille van hun politieke voorkeur’, legt Drumtra uit. Hij ziet opvallend veel jonge mannen, studenten uit Bujumbura en mensen actief in de burgermaatschappij in het kamp stranden. ‘Vooral deze groep uit veel kritiek op het regime en ondervindt repressie en intimidaties. Het verleden van Burundi leert ons trouwens dat de intellectuele elite en jonge mannen vaak de eerste slachtoffers zijn van onstabiele periodes.’

Het is ook diezelfde groep die vaak bewuster de politiek volgt, gefrustreerd raakt en daarmee gevoeliger is voor tegenbewegingen. Al Jazeera slaagde erin enkele getuigenissen in Mahama te verzamelen die erop wijzen dat jonge mannen het kamp verlaten om zich aan te sluiten bij een rebellenbeweging, die op onbekende locaties militaire trainingen voorzien. Bovendien zouden in het kamp ronselaars verblijven die mensen overtuigen het land mee te bevrijden van het regime. Na rondvraag in Mahama gaven anonieme bronnen inderdaad aan dat een netwerk van opstartende rebellenbewegingen er wel degelijk actief is. Saber Azam verklaarde bijzonder ongerust te zijn over de situatie. ‘UNHCR werkt nauw samen met de Rwandese overheid om elke vorm van nieuwe gewapende groeperingen de kiem in te smoren.’

Of een nieuwe rebellenbeweging daadwerkelijk van de grond komt valt af te wachten. Bij de vorige verkiezingen in 2010, waar op het einde van de rit Nkurunziza uiteindelijk als enige presidentskandidaat overbleef, ontstonden eveneens geruchten over mobilisatie en rekrutering van militanten door gevluchte oppositieleden. Uiteindelijk kwam van een echte militie niet veel in huis. ‘Een gewapende groep opstarten is namelijk bijzonder moeilijk zonder geld, middelen en steun van buurlanden of externe partners. Daarenboven ontbreekt het ook de oppositie in Burundi vaak aan een geloofwaardig politiek verhaal’, schreef Centraal-Afrika expert Kris Berwouts eerder voor MO*.[8]

Burundi beschuldigde de Rwandese overheid alvast om onderdak en steun te verlenen aan rebellengroepen en generaal Niyombare, die op 13 mei de couppoging ondernam en sindsdien spoorloos is. Volgens getuigen buiten het kamp zou hij inderdaad nog in leven zijn en zinnen op een nieuwe staatsgreep. Dat dit gebeurt op Rwandees grondgebied, met daarbij steun van de overheid, ontkent het buurland ten stelligste.

Tijdens onze wandeling door het kamp worden we benaderd door Emmanuel Barutwanajo, een man die aan het hoofd stond van een mensenrechtenorganisatie in Burundi. Enkele leden van zijn organisatie werden gevangengenomen, hijzelf kon op het nippertje ontsnappen. Barutwanajo (45) is vooral teleurgesteld in het gebrek aan druk dat de internationale gemeenschap uitoefende voor dialoog en consensus binnen Burundi. ‘Waarom zijn er niet meer sancties opgelegd tegen de Burundese overheid?’, vraagt hij zich af. ‘Jammer genoeg valt er weinig te winnen of verliezen in Burundi. Wij hebben geen grondstoffen en amper export. Een conflict heeft geen enkele economische weerslag op de rest van de wereld.’

Epimack Kwokwo is directeur van de Vereniging voor de Rechten van de Mens in de Regio van de Grote Meren (LDGL). Na ons bezoek aan Mahama ontmoeten we hem in zijn bureau in Kigali, waar de Congolees zich met een internationaal team inzet voor het beschermen en bevorderen van mensenrechten in Oost-Congo, Burundi en Rwanda. Ook Kwokwo ziet dialoog en vooral politieke participatie als de sleutel om uit de crisis te geraken. ‘De pers en civiele maatschappij uit zich in Burundi traditiegetrouw erg kritisch tegenover politieke beslissingen. Daarnaast zijn jongeren vaak activistisch in het uitoefenen van invloed op het beleid. De overheid gaat echter geen enkel engagement aan voor inclusieve dialoog rond sociale, politieke of economische problemen die de bevolking aankaart.’

Het gebrek aan dialoog en politieke participatie is volgens Kwokwo niet nieuw in Burundi en al jaren het handelsmerk van Nkurunziza’s regime. Met het aan banden leggen van de vrije meningsuiting, persvrijheid en vrijheid van vereniging stevent Burundi verder af op een dictatuur. ‘Op deze manier ontstaat enorme frustratie bij burgers, het maatschappelijk middenveld en oppositiepartijen. Indien de president de deur niet snel opent voor gesprekken lijkt een gewapend conflict de enige uitkomst. Zal de internationale gemeenschap daadwerkelijk wachten tot massale gruweldaden zich voltrekken?’

Write your comment here ...

Geef een reactie