Europa speelt pingpong met asielzoekers
10 mei 2015
0

MO* Magazine – Als vluchteling kan je niet om het even waar aankloppen binnen Europa om asiel aan te vragen. Voor je al dan niet opvang en bescherming geniet kijken asielinstanties na welk land verantwoordelijk is voor de behandeling van je verzoek. Even checken? Niet altijd. Lange, onzekere procedures ketenen mensen op zoek naar bescherming vast in niemandsland vooraleer de werkelijke asielprocedure nog maar kan starten. MO* sprak met asielzoekers die afwachten op de alles-of-niets uitspraak en onderzocht de knelpunten van het huidige gemeenschappelijk Europees asielbeleid.

In de zomer van 2013 stelde de Zweeds Eurocommissaris Cecilia Malmström met gepaste trots een ‘historisch’ asielakkoord voor. De Commissie wilde met het Gemeenschappelijk Europees Asiel Systeem (GEAS) een antwoord bieden op de toenmalige vluchtelingencrisis. De droom van een Europa zonder binnengrenzen schreeuwde namelijk om een collectieve aanpak. Opvang en bescherming moest gebeuren volgens Europees vastgestelde standaarden. Harmonie en solidariteit tussen de lidstaten zou de “asiellasten” eerlijk spreiden binnen Europa. ‘Hiermee bieden we asielzoekers betere toegang tot correcte procedures en waardige voorwaarden om binnen de EU internationale bescherming te genieten’, verklaarde Malmström. Nog geen twee jaar na de zegepraal eist voorzitter van het Europees Parlement, Martin Schulz een beter Europees asiel- en migratiebeleid. Naar aanleiding van de Europese top na de vluchtelingencrisis in de Middellandse Zee van april 2015 pleitte hij voor afname van migratiedruk bij grenslanden en meer solidariteit tussen de lidstaten onderling. ‘Het systeem is dringend aan vernieuwing toe.’

Het heetste hangijzer van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel blijft de verdeelsleutel die bepaalt welk EU-land verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielaanvraag. De zogenaamde Dublinverordening stuit al sinds de eerste dag van haar inwerkingtreding op kritiek en controverse. Het systeem beoogde zowel efficiënt als billijk te zijn. ‘Het is geen van beide geworden.’

De gevolgen van een vingerafdruk

In de jaren ’90 kwamen Europese leiders samen in Dublin om het fenomeen ‘asielshoppen’ aan banden te leggen. Vluchtelingen meldden zich aan bij verschillende lidstaten om binnen de Schengenzone meerdere keren asiel aan te vragen. Dit verhoogde hun kans op een positieve beslissing en bijgevolg bescherming. Na afwijzing in de ene lidstaat trokken asielzoekers verder naar buurlanden om een nieuwe poging te wagen. Het verdrag van Dublin zorgde voor een nieuwe vuistregel: één aanvraag in één EU-land. Elke asielzoeker moest dezelfde behandeling te wachten staan wanneer die bij Europa aanklopt.

Hoe is de Dublinovereenkomst precies zichtbaar in de asielprocedure? ‘De Dienst Vreemdelingenzaken – de overheidsinstantie die onder meer instaat voor de controle op binnenkomst en verblijf van vreemdelingen – klasseert asielzoekers na een eerste interview als “Dublingeval” wanneer blijkt dat ze een band hebben met een andere lidstaat’, verduidelijkt Ruben Wissing, advocaat bij het Belgisch Comité voor Hulp aan Vluchtelingen (BCHV).

Het EU-land waar een asielzoeker familie heeft is in de eerste plaats verantwoordelijk voor het afhandelen van de asielprocedure. De wetgeving is echter bijzonder strikt in haar definitie van familie: ‘enkel echtgenoten en minderjarige kinderen vallen onder deze regel’, aldus Wissing. Het verhaal van Mamuun, een eenentwintigjarige Syriër, toont aan hoe de nauwe definitie van familie een enorme impact uitoefent op asielprocedures. Mamuun vroeg in december 2011 asiel aan in België omdat zijn ouders, oom, tante, twee neven en een nicht hier reeds legaal verbleven. De jongeman kwam de Schengenzone binnen via Letland en reisde van daar door naar België. Als meerderjarige viel hij niet onder de strikte definitie van ‘familie’. Daarom besliste België geen asiel te verlenen en hem terug te sturen naar Letland, waar hij wel erkend werd als vluchteling. Enkel via een reisdocument voor vluchtelingen – het zogenaamde “blauwe paspoort” – kan Mamuun zijn familie in België sporadisch bezoeken.

Mamuuns overdracht naar Letland was gegrond omdat in principe het eerste land waar de asielzoeker de grens van de Schengenzone oversteekt de asielprocedure moet behandelen. Aangezien humanitaire visums uiterst zeldzaam blijven, kunnen mensen op zoek naar bescherming de EU enkel op irreguliere wijze binnenkomen. Toeristen-, studenten- of werkvisum bestaan niet voor asielzoekers. Buitengrenslanden zijn verplicht om vingerafdrukken van vluchtelingen te registreren in een Europese databank. Het Eurodacsysteem licht nationale asielinstanties doorlopend in over nieuwkomers in de EU. Bij elke asielaanvraag controleren Europese landen of een andere lidstaat reeds vingerafdrukken registreerde. Als dat het geval is sturen ze de asielzoeker terug naar het eerste land van aankomst, want dáár moet de procedure plaatsvinden, of de vluchteling daar nu asiel wil aanvragen of niet. Vluchtelingen doen er alles aan om hun vingerafdrukken niet te laten registreren in een ongewenste asielbestemming. Om de Dublinverordening te vermijden zijn migranten genoodzaakt om illegaal de Schengenzone binnen te dringen en ongezien door te reizen tot de gewenste asielbestemming. Jaarlijks slagen meer dan 15 duizend mensen op de vlucht erin om via de Balkanroute, Middellandse Zee of met vervalste reisdocumenten ongezien België te bereiken en asiel aan te vragen.

Sinds Europa haar landgrenzen bijna hermetisch afsloot worden lidstaten met lange grenzen aan zee, die voordien nooit veel asielaanvragen te verwerken kregen, overspoeld met bootvluchtelingen. De Europese verplichting om alle migrerende Libiërs en Tunesiërs te registreren zorgde tijdens de Arabische Lente in 2011 voor een overbelasting van het Italiaanse asielsysteem. ‘Als wij de dupe zijn van het gemeenschappelijk asielbeleid, laten we asielzoekers mooi gaan waar ze heen willen’, zo dachten de Italianen. Ze weigerden vluchtelingen verder te registreren en lieten hen en masse verder trekken naar Frankrijk, dat vervolgens tegen alle Schengenafspraken in haar grens met Italië sloot.

Italië ontving in 2012 meer dan 12 duizend overdrachtverzoeken. Bijna vier keer zo veel als België er kreeg. Benadeelde grensstaten pleiten steeds vaker voor een herziening van het basisprincipe van de Dublinverordening: ‘waarom moet een asielzoeker de procedure doorlopen in het eerste land van aankomst?’, vraagt Roberta Metsola, Europarlementariër namens Malta, zich af. Volgens Johan Lievens, onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Constitutioneel Recht aan de KULeuven, loopt het Europese verdeelplan om migratiedruk te spreiden grondig fout: ‘Bepaalde buitengrenslanden krijgen enorme asieldruk te verduren. Het Europese verdeelsyteem moet asielzoekers niet spreiden naar België of Duitsland, maar naar Oost-Europese landen en bijvoorbeeld Portugal, dat amper asielprocedures te verwerken krijgt.’

De illusie van vertrouwen en solidariteit

Het verhaal van Yazan Azmi, vrijwilliger op het Startpunt van Vluchtelingenwerk Vlaanderen, illustreert hoe het Dublinsysteem toegangswegen voor migranten blokkeert. We ontmoeten de tweeëntwintigjarige Syriër wanneer hij met verse soep het infopunt voor nieuwe asielzoekers bemant. Yazan vluchtte met zijn familie vanuit Aleppo richting Turkije, waar ze terecht kwamen in miserabele vluchtelingenkampen. Eens de juiste mensensmokkelaar te pakken gekregen, vatte hij met zijn broer de gevaarlijke boottocht richting Italië aan. ‘Van daaruit wilden we verder trekken naar België, waar familie ons zou opvangen.’

Aan de Italiaanse kust stond de Guardia Costiera hen echter al op te wachten. Na mishandeling, opsluiting en onder zware dwang gaven de vluchtelingen hun vingerafdrukken aan de Italiaanse autoriteiten. Eens op vrije voeten belandden Yazan en zijn broer in december 2014 in België. ‘Asiel aanvragen in Italië was uitgesloten’, benadrukt Yazan, die aan de universiteit van Aleppo financiën en bankbeheer studeerde. ‘Iedereen weet dat de economische crisis er weinig toekomstperspectieven biedt. Zeker niet voor vluchtelingen.’ De registratie in Italië legde de reisroute van de jonge Syriërs onmiddellijk bloot. Daardoor staan de broers nu op het punt teruggestuurd te worden naar Italië, want ja: ‘Dublin’.

Maar Yazan en zijn broer hebben hoop. Ze rekenen op de toepassing van het solidariteitsprincipe, een uitzonderingsclausule in de Dublinverordening. Als een verantwoordelijk geachte lidstaat geen menswaardige asielprocedures of opvangvoorzieningen garandeert, kunnen andere landen beslissen een Dublintransfer niet uit te voeren. Italië kampt namelijk met een systematisch opvangtekort voor asielzoekers. Paradoxaal genoeg is dit een rechtsreeks gevolg van overbelasting door het Dublinsysteem. Dankzij de uitzonderingsclausule draagt België al enkele jaren geen vluchtelingen meer over aan Griekenland en Malta. Ook Bulgarije werd lange tijd uitgesloten. Kwetsbare profielen, zoals gezinnen met minderjarige kinderen, worden sinds kort ook niet meer getransfereerd naar Italië. De kans is klein dat het profiel van Yazan en zijn broer hiervoor in aanmerking komt.

Els Van Dorpe, hoofd van de Cel Dublin bij de Dienst Vreemdelingenzaken, benadrukt dat een actieplan in werking treedt indien er gesignaleerde tekortkomingen zijn bij een asielstelsel of een ernstig risico bestaat op een asielcrisis om het solidariteitsprincipe toe te passen. Volgens Lievens is er echter weinig wil bij de lidstaten om onderling solidair te zijn: ‘Pas als het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) landen veroordeelt voor ongegronde Dublintransfers passen ze het solidariteitsprincipe toe.’ Een terugroeping van het EHRM was bijvoorbeeld nodig toen België, tegen verschillende internationale mensenrechtenrapporten in, asielzoekers overdroeg aan Griekenland. ‘Niet de lidstaten, maar het Hof van Justitie van de EU waarborgt de billijkheid van het Dublinsysteem.’

Terwijl landen onderling kibbelen wie de asielaanvraag op zich neemt, wachten vluchtelingen soms een jaar op de uitspraak. Voor Yazan en vele anderen is Dublin daarom een blok aan hun been. Na de Dublinuitspraak weten ze eindelijk waar de asielprocedure kan starten, maar of ze asiel zullen krijgen blijft nog maar de vraag. Yazan: ‘Het Dublinsysteem belemmert volledig onze toekomst. In de opvangcentra zitten we vast in een onzekere situatie. Hoe kunnen wij ons op deze manier integreren?’

Fictie van gemeenschappelijk EU-asielbeleid

Ook Baudouin Van Overstraeten, directeur van Vluchtelingendienst van de Jezuïeten (JRS), deelt graag zijn mening over de Dublinovereenkomst. JRS startte in 2012 een grootschalig onderzoek om het Dublinsysteem te analyseren. Het DIASP-project (Impact van de Dublinverordening op de Bescherming van Asielzoekers) ondervroeg 257 asielzoekers in negen Europese landen die zich in de Dublin-procedure bevonden. Bij ons bezoek aan de internationale ngo steekt Van Overstraeten onmiddellijk van wal: ‘De Dublinverordening berust op pure fictie. Het is een illusie om een solidair verdeelsysteem te bouwen op een gemeenschappelijk Europees asielbeleid dat niet bestaat. De Dublinverordening gaat uit van de foute assumptie dat asielsystemen van alle EU-landen dezelfde beschermingsstandaarden bieden’.

Zo geniet een asielzoeker in het ene land door de overheid georganiseerde opvang en een redelijke dagvergoeding, terwijl andere landen asielzoekers opsluiten of volledig aan hun lot overlaten. Statistieken van Eurostat illustreren hoe asielzoekers in de ene lidstaat meer kans hebben op goedkeuring van een asielverzoek dan in een ander EU-land. Zo hebben Syrische vluchtelingen 95% kans op bescherming in België, terwijl Italië maar 54% van de aanvragers asiel verleent. Voor Somaliërs ziet het er in België bijvoorbeeld veel minder rooskleurig uit. Slechts 49% van de asielverzoeken krijgt groen licht. Dan zijn de migranten uit de Hoorn van Afrika beter af bij onze noorderburen, waar ze 90% kans hebben op goedkeuring. Met een afkeuringspercentage van 90% in België zijn Congolezen beter af in Frankrijk, waar ze een keer op vier asiel krijgen. ‘Als Europa geen gelijkwaardige asielprocedures en bescherming kan garanderen bij alle lidstaten, mag je als land niet met een gerust hart mensen naar een andere lidstaat overdragen’, zegt Els Keytsman, directeur van  Vluchtelingenwerk Vlaanderen. ‘Zeker niet als je weet dat de kans op bescherming daar veel kleiner is.’

Keytsman ziet een groot kwaliteitsverschil tussen asielsystemen van de lidstaten. Asylumineurope vergelijkt Europese lidstaten aan de hand van nieuwste rapporten uit de AIDA databank. Als we de oefening doen blijkt dat asielzoekers in België toegang hebben tot gratis juridische bijstand tijdens de asiel- en beroepsprocedure, terwijl in Cyprus en Italië rechtsbijstand bijzonder onzeker is. In België kunnen asielzoekers na 6 maanden de arbeidsmarkt op, in Frankrijk en Malta kan dit pas na een jaar en in Zweden is de arbeidsmarkt al een dag na de asielaanvraag open. Terwijl Hongarije regelmatig families en kinderen die asiel zoeken opsluit, is dit verboden in Italië en Zwitserland. De waslijst aan onregelmatigheden in het Europese asiel- en migratiebeleid is oneindig.

Daarnaast blijft volgens Keytsman de sociale en culturele verbondenheid van de asielzoeker met het land waar ze hun asielprocedure willen aanvatten te vaak vergeten in het Dublinsysteem. Mensen op de vlucht zijn dikwijls slachtoffer van een pingpongspel tussen de lidstaten. Moet Europa niet in de eerste plaats een systeem van bescherming creëren?’, vraagt Keytsman zicht af. ‘Als nationaal eigenbelang primeert, is er dan tout court nog sprake van een gemeenschappelijk asielbeleid? Met het Dublinsysteem blijven mensen op de vlucht.’

Lievens: ‘De afwijzing van een asielverzoek door één lidstaat is geldig voor alle lidstaten, terwijl een goedkeuring slechts in één land geldig is. Het zijn daarnaast de lidstaten die bepalen welk land asiel verleent, ongeacht de voorkeur van de asielzoeker.’

Het verhaal van Ahmoud

De 43-jarige Ahmoud liet zijn vrouw en kinderen achter in een overvol Turks vluchtelingenkamp om in Europa asiel en familiehereniging aan te vragen. De Syrische vluchteling hoopte via Italië de Schengenzone binnen te komen om daarna in België een nieuw leven te starten met zijn gezin. Ongezien langs de grens glippen lukte hem niet en na dagen in detentie moest hij verplicht zijn vingerafdrukken achterlaten bij de Italiaanse grenscontrole. Eens vrijgelaten kon hij uiteindelijk toch asiel aanvragen in België, maar door de registratie in Italië belandde hij in een Dublinprocedure. Italië noch België wil de asielprocedure starten. Vandaag wacht Ahmoud al bijna een jaar op een uitspraak en zit hij vast in niemandsland. Familiehereniging is onmogelijk aangezien hij nog nergens asiel kreeg. In de hoop de procedure te versnellen startte Ahmoud een hongerstaking in het opvangcentrum. Tevergeefs. Twee maand geleden vernam hij van zijn vrouw dat het leven in Turkije onhoudbaar was. Sinds dan heeft hij geen nieuws.

Het verhaal van Alicja

Alicja kwam in 2009 via Polen naar Oostenrijk en vroeg er asiel aan. Als kankerpatiënt genoot ze in Oostenrijk uitstekende medische zorg. Via de Dublinverordening  besliste Oostenrijk om haar over te dragen aan Polen. Zelfs in haar kritieke toestand vond de Oostenrijkse asielinstantie het niet nodig de uitzonderingsclausule toe te passen. In Polen werd Alicja’s behandeling niet verdergezet en haar gezondheid verslechterde zienderogen. Uiteindelijk besliste Oostenrijk toch om de vrouw in behandeling te nemen en haar asielverzoek te aanvaarden.

Het verhaal van Muzafar (M.S.S)

Muzafar is een Afghaanse asielzoeker die begin 2009 de Europese Unie via Griekenland binnenkwam. Hij reisde door en vroeg asiel aan in België, dat hem via de Dublinverordening terugstuurde naar Griekenland. Dit gebeurde in tegenspraak met verschillende internationale rapporten die aantoonden dat Griekenland de rechten van asielzoekers niet respecteerde. Muzafar werd opgesloten in onmenselijke omstandigheden en mishandeld door de Griekse autoriteiten. De advocaat van Muzafar diende hoger beroep in tegen de Dublinuitspraak. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens gaf hem in januari 2010 gelijk en oordeelde dat lidmaatschap van de Europese Unie niet automatisch betekent dat het land de rechten van mensen op de vlucht respecteert. Sinds deze beslissing draagt België geen asielzoekers meer over naar Griekenland. Pas op 8 mei 2012 erkende België Muzafar als vluchteling. Drie jaar na zijn aankomst in Europa genoot hij eindelijk bescherming.